De minnelijke schikking van artikel 216bis Sv. laat het Openbaar Ministerie (OM) onder de bij wet bepaalde voorwaarden toe de verdachte voor te stellen een geldsom te betalen in ruil voor het verval van de strafvordering. Deze wet is beter bekend als de afkoopwet.

Sinds 2011 staat die mogelijkheid voor het OM ook open tijdens het gerechtelijk onderzoek of tijdens de fase ter terechtzitting (wel beperkt tot de behandeling ten gronde in eerste aanleg).

De verdachte kan dat voorstel van het parket niet afdwingen, noch is het voorstel van minnelijke schikking onderworpen aan een rechterlijke controle.

Op prejudiciële vraag van de KI Gent, heeft het Hof zich in haar arrest van 02/06/2016 uitgesproken over de verzoenbaarheid van die beperkte rechterlijke controle en de discretionaire beslissingsmacht van het OM met het gelijkheidsbeginsel en de onafhankelijkheid van de rechter.

 

Volgens het Grondwettelijk Hof schendt het artikel 216bis, § 2, van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het recht op een eerlijk proces en met het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechter, en dit in zoverre het Openbaar Ministerie wordt gemachtigd om via een minnelijke schikking in strafzaken een einde te maken aan de reeds ingestelde strafvordering zonder daadwerkelijke rechterlijke controle op de proportionaliteit en de wettelijkheid van die schikking.

 

Het Grondwettelijk Hof meent ook dat het OM zijn beslissingen om een minnelijke schikking af te sluiten moet motiveren.

 

Geen recht op minnelijke schikking

 

Het OM beslist discretionair dat al dan niet voor te stellen. De verdachte kan dat niet afdwingen en het OM moet zijn weigeringsbeslissing dan ook niet motiveren, noch voorleggen aan enige rechterlijke controle. Na weigering zal de strafvordering immers worden voortgezet en zal de zaak zo door de strafrechter worden behandeld. 

  

Het feit dat het openbaar ministerie op discretionaire wijze over de bevoegdheid beschikt om al dan niet een voorstel tot minnelijke schikking te doen of om al dan niet op het voorstel van de inverdenkinggestelde in te gaan, zonder dat deze het recht heeft om dit af te dwingen, wordt niet in strijd met de Grondwet geacht.

 
Na instellen strafvordering: wel striktere controle rechter
Wanneer er een minnelijke schikking wordt afgesloten na het instellen van de strafvordering stelt het Grondwettelijk Hof wel striktere voorwaarden wat betreft de motivering van de beslissing tot minnelijke schikking én op de rechterlijke controle.

 

-        tijdens het gerechtelijk onderzoek: de onderzoeksrechter kan de minnelijke schikking niet verhinderen. Het zijn de raadkamer en de KI die moeten controleren of aan de wettelijke voorwaarden van de minnelijke schikking is voldaan

 

-        tijdens de vonnisfase: de formele rechterlijke controle die de wet nu bepaalt, volstaat niet voor het Hof. Het Grondwettelijk Hof is tot het besluit gekomen dat deze regeling op discriminerende wijze afbreuk doet aan het recht op een eerlijk proces en in strijd is met het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechter, dus in strijd met de Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Het Hof verlangt daarentegen een doorgedreven rechterlijke controle op de wettigheid van de minnelijke schikking én een inhoudelijke controle van de proportionaliteit van die minnelijke schikking en de overeengekomen ‘straf’. 

 

 

Gevolgen van het arrest?
Op zich kant het Grondwettelijk Hof zich dus niet tegen het principe van de minnelijke schikking.
 
Enkel het gebrek aan rechterlijke toetsing is dus de oorzaak van de ongrondwettigheid.

 

Het Grondwettelijk Hof verstrengt aldus de voorwaarden indien er wél wordt besloten tot een minnelijke schikking tijdens het gerechtelijk onderzoek of tijdens de fase ter terechtzitting. Dan moet die beslissing worden gemotiveerd én moet de raadkamer, KI of strafrechter zowel een formele als een inhoudelijke controle doorvoeren, net zoals dat nu ook het geval is bij de vereenvoudigde afhandeling na erkenning van schuld – artikel 216 Sv., ingevoerd door de Potpourri-wet 2 (cf. www.pollet-ghys.be/120-guilty-plea).

 

De gevolgen van het huidige artikel 216 bis §2 Sv. zullen gehandhaafd blijven tot de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad voor alle procedures waarin de strafvordering is vervallen ingevolge een tot stand gekomen minnelijke schikking.

 

Indien tegen dat ogenblik geen reparatieregeling is doorgevoerd zit de regeling in een rechtsvacuüm. Immers, de regeling is slechts ten dele ongrondwettig.

 

De openbare aanklagers sluiten daarom geen schikkingen meer tot de wet is hervormd.

 


Domein in de kijker

Verkeersovertredingen en -ongevallen (verkeersrecht)

A. Uw strafrechtelijke verdediging voor de Politierechtbank.

U ontving een 'pro justitia', een 'bevel tot dagvaarding' (aan een gerechtsdeurwaarder) om te verschijnen en u te verdedigen voor de Politierechtbank of u verwacht een dagvaarding te krijgen omdat u verdacht wordt van een ernstige verkeersinbreuk.

Lees meer...

Link/Beeld in de kijker

Bereken uw snelheidsboete !

Op de website http://www.wegcode.be/boeteberekening kan u uw snelheidsboete berekenen.

Dienst in de kijker

Minnelijke regelingen benaarstigen

Wij streven, waar mogelijk, in de eerste plaats naar een minnelijke regeling van geschillen, en dit door middel van besprekingen en onderhandelingen.

Wij zorgen ervoor de minnelijke regeling die bereikt wordt voldoende juridisch onderbouwd is, en in voorkomend geval wordt vastgelegd in een sluitende overeenkomst.