Ondernemingen waarvan hun maatschappelijke zetel op Vlaams grondgebied is gevestigd, hebben ingevolge de Belgische wetgeving, de verplichting om hun facturen in het Nederlands op te stellen, en dit op straffe van nietigheid van betreffende facturen (artikel 52 van de Wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken d.d. 18/07/1966).

 

Op 21 juni 2016 heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat de betrokken regeling (artikel 52 van de Wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken d.d. 18/07/1966) het vrije verkeer van goederen in de Europese Unie beperkt.

 

Zolang de Belgische wetgeving niet gewijzigd is, is het aangewezen om uw facturen in het grensoverschrijdend handelsverkeer in 2 talen op te stellen (dit sowieso in het Nederlands en in de taal die wordt gebruikt in de relatie met uw handelspartner).

 

De casus waarover het Europees Hof van Justitie zich heeft dienen te buigen betrof een geding over onbetaalde facturen tussen een onderneming die is gevestigd in het Nederlandse taalgebied van België, New Valmar, en een onderneming die is gevestigd in Italië, Global Pharmacies Partner Health („GPPH”). GPPH heeft de nietigheid van deze facturen aangevoerd, op grond dat zij in strijd waren met de taalvoorschriften (cf. supra artikel 52 van de Wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken d.d. 18/07/1966) die volgens haar tot de Belgische openbare orde behoren. Voor alle standaardvermeldingen en algemene voorwaarden op die facturen was echter het Italiaans gebruikt en niet het Nederlands.

 

De Belgische rechter bij wie de zaak aanhangig is, verduidelijkt dat de litigieuze facturen niettemin volstrekt nietig zijn en blijven. New Valmar betwist niet dat de facturen in strijd zijn met de taalregeling. Zij stelt evenwel dat deze regeling onder meer indruist tegen het Unierecht, meer bepaald de regels inzake het vrije verkeer van goederen. In die omstandigheden heeft de rechtbank van koophandel Gent (België) een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie.

 

In zijn arrest van 21/06/2016 heeft het Hof geoordeeld dat de betrokken taalregeling inderdaad het vrije verkeer van goederen in de Europese Unie beperkt.

 

Door de betrokken marktdeelnemers de mogelijkheid te ontnemen voor hun facturen vrij een taal te kiezen die zij beiden beheersen, en door hun een taal op te leggen die kan verschillen van de taal die zij hebben gekozen voor hun contractuele verhoudingen, kan deze regeling het risico op betwisting en niet-betaling van de facturen verhogen. De ontvangers van de facturen voelen zich immers mogelijk aangespoord zich te verzetten tegen betaling ervan door aan te voeren dat zij in de – al dan niet voorgewende – onmogelijkheid zijn om de inhoud ervan te begrijpen. Omgekeerd kan de ontvanger van een factuur die is opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, gelet op de absolute nietigheid van een dergelijke factuur, ertoe worden aangezet de geldigheid ervan louter op die grond te betwisten, zelfs wanneer die factuur is opgesteld in een taal die hij begrijpt.

 

Een dergelijke nietigheid kan bovendien voor de opsteller van de factuur aanzienlijke ongemakken met zich brengen, zoals met name het derven van vertragingsrente. Wat de vraag betreft of een dergelijke regeling haar rechtvaardiging vindt in een of meer rechtmatige doelstellingen, stelt het Hof vast dat zij enerzijds het algemene gebruik van het Nederlands voor officiële documenten, zoals facturen, kan vrijwaren, en anderzijds de controle van dergelijke documenten door de bevoegde nationale autoriteiten kan vergemakkelijken.

 

Om te voldoen aan de vereisten van het Unierecht moet de regeling echter ook evenredig zijn aan die doelstellingen. Het Europees Hof van Justitie is dan ook de mening toegedaan dat een regeling van een lidstaat:

·         die niet alleen voorschrijft dat zijn officiële taal moet worden gebruikt voor facturen betreffende grensoverschrijdende transacties,

·     maar bovendien voorziet in de mogelijkheid om daarnaast een authentieke versie van dergelijke facturen op te stellen in een door de betrokken partijen begrepen taal,

 minder ingrijpt in het vrije verkeer van goederen dan de betrokken regeling, maar toch geschikt is om dezelfde doelstellingen te waarborgen.


Domein in de kijker

Familierecht

Het kantoor is gespecialiseerd in familiezaken, en dit door jarenlange ervaring en constante bijscholing.

Wij staan u in bij met een heel persoonlijke aanpak, en zijn steeds beschikbaar voor u.

De belangen van u, en van uw eventuele kinderen, staan voor ons centraal.

Lees meer...

Link/Beeld in de kijker

Poster huur

Huren-verhuren

Dienst in de kijker

Online aanmaak van dossiers, inzage en opvolging

Wij bieden onze cliënten en eventuele tussenpersonen (bv. uw boekhouder of uw makelaar) de mogelijkheid aan om dossiers die ons worden toevertrouwd, online op te volgen in een beveiligde webapplicatie.  Zo beschikken u en uw eventuele vertrouwenspersoon ten allen tijde en overal over de meest recente en meest volledige informatie m.b.t. het dossier dat aldus online beheerd wordt.

Lees meer...