De wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II) (B.S. 15 januari 2010) wijzigt de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen (B.S. 6 augustus 1985) met betrekking tot financiële hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders.

 

In een arrest van 13 december 2006 oordeelde het Grondwettelijk Hof (toenmalige Arbitragehof) (Arbitragehof 13 december 2006, nr. 196/2006) dat de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen de artikelen 10 en 11 G.W. schendt doordat het slachtoffer dat gekozen heeft voor de burgerlijke procedure niet toestaat een verzoek tot financiële tegemoetkoming in te dienen bij de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, wanneer de strafvordering niet werd uitgeoefend (oud art. 34, § 2, lid 3) alsook wanneer de strafvordering door het openbaar ministerie werd geseponeerd (oud art. 31bis, § 1, 3°, lid 1).
De wetgever heeft de vereiste van een “definitieve rechterlijke beslissing over de strafvordering” geschrapt zodat voortaan voor het slachtoffer een vrije keuze geldt tussen een burgerlijke procedure voor de strafrechter en burgerlijke procedure voor de burgerlijke rechter.  Ook art. 31bis, § 1, 4° werd gewijzigd om deze vrije keuze in de desbetreffende wet te implementeren.
In de situatie dat het strafdossier wordt geseponeerd wegens het onbekend blijven van de dader is het overeenkomstig nieuw art. 31bis, § 1, 3° voldoende dat de verzoeker voor de desbetreffende feiten een klacht heeft ingediend of de hoedanigheid van benadeelde persoon heeft aangenomen, daar dit onder oud art. 31bis, § 1, 3° een mogelijke uitzondering was ("(…) kan de commissie oordelen (…)").

De nieuwe wet voorziet tevens in een gelijkschakeling van de verschillende categorieën van personen die verzoek tot financiële hulp kunnen indienen (nieuw art. 31, 2°, 4° en 5°) en deze personen kunnen ingevolge de nieuwe wet dit verzoek indienen ongeacht of deze geërfd hebben van het slachtoffer overeenkomstig wettelijke of testamentaire bepalingen (nieuw art. 31, lid 2).

Bij arrest van 13 december 2000 oordeelde het toenmalige Arbitragehof (Arbitragehof 13 december 2000, nr. 131/2000) dat de bepaling (oud art. 31bis, § 1, 2° wet 1 augustus 1985) dat voorschrijft dat geen financiële tegemoetkoming wordt toegekend aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden die op het ogenblik waarop de gewelddaad in België wordt gepleegd niet wettig in het land verblijven, de artikelen 10 en 11 G.W. niet schendt. 
Om echter te vermijden dat voorgaande bepaling als discriminerend kan worden ervaren, heeft de wetgever voorgaande bepaling gewijzigd.  Het volstaat voortaan dat de opzettelijke gewelddaad op het Belgisch grondgebied plaatsvond om als slachtoffer van deze daad financiële “hulp” te bekomen (nieuw art. 31bis, § 1, 2°).

Tevens werd art. 33, § 1 van de reeds vermelde wet van 1 augustus 1985 gewijzigd opdat de commissie bij het bepalen van het bedrag voor financiële hulp rekening kan houden met het laakbaar gedrag van het overleden slachtoffer dat in rechtstreeks verband stond met diens gewelddadig overlijden, alsmede met de relatie van deze met de dader van de opzettelijke gewelddaad.


Domein in de kijker

Verzekeringsrecht

Wij staan u bij in geval van problemen of betwistingen rond de toepassing van verzekeringspolissen.

Lees meer...

Link/Beeld in de kijker

Kadastrale info

http://ccff02.minfin.fgov.be/cadgisweb/?local=nl_BE: Zeer interessante website. Op deze website kan je, gratis, onder meer:

·    de kadastrale nummering van alle percelen onroerende goederen in België terugvinden;

·    de oppervlakte per perceel meten;

·    …

 

 

Dienst in de kijker

Procederen

In sommige gevallen is een procedure onvermijdelijk.  Het procesrecht bevat evenwel tal van valkuilen.  Wij beschikken over een doorgedreven kennis en ervaring op het  gebied van procederen om uw belangen terdege te verdedigen.